Best of both worlds

Mia, Francis en ik bezoeken vijf scholen voor voortgezet onderwijs. We spreken met vijf toegewijde ‘principals’. We zijn op zoek naar ingangen om workshops te organiseren voor het volgend voorjaar. Voor leraren VO van hier en van daar.

De gesprekken verlopen vlot. Na een korte introductie zitten we al snel in de thematiek van het onderwijs. In Afrikaanse opvatting: jouw honger is mijn honger (dus ik help je aan eten), jouw ziekte is mijn ziekte (dus ik help je te genezen) geldt ook voor het onderwijs: jouw onderwijs is mijn onderwijs (dus ik help je je te wijden aan de kinderen die je zijn toevertrouwd).

De thema’s liggen voor het oprapen. Volle klassen is er één van. Al zit er wel een verschil in de norm ‘vol’. Bij ons moet het toch echt ophouden bij 30. Bij hun bij 50. Bij ons omdat de diversiteit zodanig onderdeel geworden is van onze cultuur dat een klas geen klas is, maar een groep van 30 gelabelde individuen. En als je kind geen label heeft, dan willen we toch echt als ouders niet dat je last heb van de gelabelde rest.

In  Kenya gaat het om 50 leerlingen van praktijkonderwijs tot gymnasium++ in één groep. Waarvan een heel groepje de instructie taal Engels niet verstaat. In beide systemen hebben we bedacht dat we de jongelui wel kunnen confronteren met 8 of 9 keer per dag schakelen van het ene vak naar het andere in blokjes van 40 tot 50 minuten. In Kenya mag je niet eens aan blokuren denken, want dat staat de wet niet toe.

Interessant voor workshops waarin je ‘the best of both worlds’ probeert te verenigen. Differentiëren binnen klassenverband. Interessant thema uit de tijd van de middenschool (wie weet nog wat dat was?), maar tegelijkertijd een fantastische aanleiding om elkaar, Nederlandse en Keniaanse leraren, over de verlegenheid heen te helpen van geen flauw idee te hebben hoe je dat oplost. In Nederland of in Kenia. Of exporteren we gewoon onze impasse van niet-weten hoe te differentiëren naar Keniaanse scholen? Hier wordt het nog interessanter, want wij sorteren de leerlingen gewoon op IQ en leeftijd, maar in Kenia blijft het beperkt tot de jaarlagen op leeftijd (hoewel er soms je soms wel erg oude brugpiepers tegenkomt, maar die zijn dan ook pas op hun 15e naar de kleuterschool gegaan).

Interessant en belangrijk, dit vraagstuk. Iedereen weet dat leerlingen verschillen in groei, maar volgens opvattingen uit de 19e eeuw moeten leerlingen op school volgens leeftijd allemaal hetzelfde doen. Interessant, omdat we de Keniaanse collega’s niet onze onderwijsmodellen aan willen praten als we zelf vinden dat die volkomen achterhaald zijn. Prikkelend en uitdagend ook, omdat het toch ondenkbaar is dat het niet anders zou kunnen. Meegaan naar Kenia betekent niet alleen dat je ‘out of the box’ moet denken, je stapt gewoon ook helemaal uit ‘de box’. Dat is pas leren.

Dick

Post a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.