Aanmelden Nieuwsbrief
Voornaam
Tussenvoegsel
Achternaam
Email
 

Blog overzicht

Blog

werken aan het heden

Ze zitten allemaal in de staffroom op me te wachten. Een van hen is er op uitgestuurd me met zijn bromfiets op te halen bij de hoofdweg. Vandaag, dacht ik, ga net doen of ik een leraar ben. Ik vertrek van mijn huisje van 9 m2, neem het busje, de matatu, naar de school, zover als mogelijk is. Dan ga ik achterop de bromfiets, over een zandpad door de bush, door dorpen en langs de shamba’s waar nu hard gewerkt wordt, omdat er aardig wat regen is gevallen. En zo kom ik op school. Het kost me 2 keer 40 shillings voor de matatu’s en nog eens 50 voor de bromfiets. Dat is Ksh 260 per dag en dus iedere week Ksh1560, of Ksh 6240 per maand. Dan houd misschien nog wat over om eten te kopen. Als je geluk hebt en naast de school woont, kost woon-werkverkeer je niets. Als je pech hebt en je wordt door de overheid op een verre school geplaatst ben je opeens een groot stuk van je salaris kwijt. Er is geen vergoeding.

Het is gezellig is de bus. De radio overstemt het gerammel en geratel van de matatu. Mensen stappen in en uit. Haltes zijn er niet. Of eigenlijk zijn ze er waar jij het aangeeft. Als je als schoolkind geluk hebt en er is plaats mag je voor niets of bijna niets meerijden. Er kunnen 14 mensen in het busje. De bank voor me wordt alleen al door 16 kinderen gevuld. Het is dan wel gratis, maar dan moet je wel inschikken. Een vrouw stapt in met de boodschapen in haar hand en een kind op haar rug. Als ze moet betalen –de bus rijdt dan al weer- blijkt dat ze te weinig geld heeft. Van mijn wisselgeld geef ik de ‘conducteur’, die haar er uit dreigt te zetten, 10 shilling. Ze kan nu een kilometer of 4 verder mee. Het bepaalt me weer eens bij wat het levensniveau hier is. Een eurocent kan je een uur lopen besparen.

De ontvangst op school is allerhartelijkst. Ken ik de head teacher al een paar jaar. Ze is net overgeplaatst naar deze school en haar leraren zeggen dat ze het verschil nu al merken. Leiderschap, zo merk ik ook hier weer, is doorslaggevend voor ontwikkeling.

Ik bezoek alle klassen, mag overal meekijken in schriften. Van de 350 kinderen, verdeeld in 8 groepen, heeft één klas banken en stoelen. De rest zit op de grond, beton of zand. Geen boeken, schriften waarin met stompjes potlood geschreven wordt. Scheermesjes zijn puntenslijpers. Als ze een gummetje zouden hebben, zouden ze als het vol is alles weggummen en met een nieuw schrift beginnen.

De lunchpauze breekt aan. Alle kinderen gaan naar huis gestuurd. De school kan hen geen eten bieden. Alle voorraden zijn op en nieuwe zijn niet onderweg. Heel wat kinderen komen niet terug voor de middaglessen. Thuis is ook niets te eten en de energie voor de dag is op. Als ik zeg dat ik niet voor de lunch blijf, omdat de leraren weinig eten te delen hebben en er in het hotel genoeg is, is dat onbespreekbaar. Hoe kunnen we iemand van wie we houden niet laten delen in ons eten, zegt een lerares. Het eten zou ons niet meer smaken.

Voor ik vertrek met de brommer-taxi loop ik nog even langs de lokalen. Het ontroert me met hoeveel toewijding en liefde ik de leraren aan het werk zie, met de kinderen die vol vertrouwen aan het werk zijn. De betere leerlingen helpen de leerlingen die moeite hebben. Ik onderdruk de vraag: aan welke toekomst wordt hier gewerkt? en stel het antwoord uit naar de toekomst. Hier wordt gewerkt aan het heden. Dat is elke dag weer genoeg.