Blog
Ze waren er al om half zeven, sommigen. 'Ja we komen ons toch maar even melden, maar onze koffers zijn al weg hoor.' Noem het overdreven, noem het timing, maar noem het vooral gretigheid en enthousiasme. Terwijl ik me voor de balies wil installeren met mijn T4T-shirt over de koffer, stromen de meesten al direct toe. Een enkeling met een foto in de hand: 'Oh dit moet hem zijn. Goh je lijkt wel slanker dan op de foto. Hè je hebt veel meer haar dan ik dacht.' Kijk dat zijn leuke opmerkingen. Ik hoor ze weinig dus ontvang ze grijnzend. 'Mogen we al in de rij gaan staan?' Het schoolreisjesgevoel komt bij me boven en ik denk terug aan de vroegere fietsweken met groep 8 op de Veluwe, wat nog eens wordt versterkt door de eindeloze schitterende woestijn beneden als we later boven Afrika vliegen. 'Jongens, kijk goed of we er allemaal zijn, want ik tel jullie niet.' Dat doe ik nu maar even wel - eerst maar eens mee in het systeem Jan van Aert - en trouw turf ik alle namen, waardoor ik ze natuurlijk juist niet onthoud. Als de tijd begint te vorderen, mis ik Karin op mijn lijstje. Wat zal ik doen? Ik besluit haar te bellen. 'Ik heb je toch net een hand gegeven?', klinkt het door de telefoon. Dat bedoel ik dus. Gerustgesteld voeg ik me bij Gert Jan Veeter en Jan Uitdehaag, die als ervaren rotten bij de drop off staan. 'Meneer, deze koffer is te zwaar.' Hoezo ervaren? Gert Jan haalt twee kilo mappen uit zijn koffer en stopt die bij Jan. 'En ik heb toch niets anders mee dan vorig jaar. Vooruit dan maar. 'Meneer, dit is twee kilo te veel,' klinkt het opnieuw nors vanachter de balie. Jan werpt een niet begrijpende blik naar de stewardess en naar ons. Er is geen ontkomen aan, de mappen moeten mee in de handbagage.
De vlucht is magnifiek. Vanaf 11 km hoogte glijdt Europa met zijn Italiaanse kust en zijn Griekse eilanden onder ons weg. En dan over de woestijn, die menig kunstenaar zou inspireren. In Nairobi maken we kennis met de hightech van de douane met oog-,hand- en fingerprints en al. Het wachten is op de koffers, waarvan er al diverse langs schuiven. Omdat behulpzame Kenianen ongevraagd her en der vast koffers van de band tillen, worden enkele collega's een tikkeltje ongerust en anderen juist onrustig. Op aanraden van Dick de Groot vertrekken ze vast naar de Domestic Flights. Tellen heeft opnieuw geen zin. Ik berust met graagte.
In Mombasa worden we warm - het is inmiddels 30 graden- ontvangen door Mia Mollee en Jan van Aert, de laatste met een voor Hollandse begrippen ongezond kleurtje. In de busjes zie ik mijn kans schoon om in ieder geval wat ongerustheid te zaaien over de apen in het resort. Was er immers niet één in het belendende bed gesignaleerd vorig jaar? Aan Anne is het verhaal in ieder geval goed besteed, want zij bedenkt vast een vluchtplan voor het geval dat.
In het Baobab hotel worden we vriendelijke ontvangen met een sapje en, voor de derde keer die dag, eten. Afslaan doe je in zo'n geval niet, dus zitten we om 01.00 plaatselijke tijd (dat is 2 uur later) nog aan een bescheiden warme hap. Dat de oh's en ah's zelfs in het donker al te beluisteren zijn, geeft wel aan dat het een veelbelovende week zal worden.
Dat er maar veel te verbazen, genieten en vooral te omarmen mag zijn. Indachtig het Keniaanse credo van Dick de Groot:
Ik ben omdat wij zijn.
Ruud Musman

